Keuring / Aarde / Bliksem

Elektra keuringen

Wetgeving en normalisatie

Op het gebied van elektrische veiligheid  in de kader van de ARBO wet is het de taak van de werkgever ervoor te zorgen dat elektrische installaties, apparaten en toestellen veilig te gebruiken zijn. Ook is de werkgever verantwoordelijk voor de voorlichting en het onderricht  van zijn werknemers. Deze moeten op de hoogte zijn van de geldende veiligheidsregels.

De in de Arbo wet geformuleerde algemene eisen zijn op het gebied van de elektrische veiligheid concreet uitgewerkt in de norm EN 50110 en NEN 3140 ( laagspanningsinstallaties; Bepalingen voor veilige werkzaamheden, inspectie en onderhoud). Deze geeft bepalingen ter voorkoming van elektrocutie of kortsluiting bij arbeid. Wanneer u aan de bepalingen van de EN 50110 en NEN 3140 voldoet, voldoet u voor het aspect elektrische veiligheid ook aan de eisen die de ARBO wetgeving stelt.

NEN 3140 BESTAAT IN PRINCIPE UIT 3 ONDERWERPEN.

  • Elektrische installaties moeten veilig gebruikt worden.
  • Elektrische gereedschappen moeten veilig te gebruiken zijn en
  • Personen die aan en in de omgeving van elektrische installaties werken moeten geïnstrueerd zijn omtrent de veiligheid.

Elektrische installaties

Om veilig gebruik van elektrische installaties zoveel mogelijk te waarborgen schrijft EN 50110 voor dat de elektrische installaties periodiek moeten worden geïnspecteerd. De inspectie bestaat uit een visuele inspectie en uit een inspectie door meting en beproeving.
De inspectie die beschreven is in EN 50110 geld voor bestaande installaties. Nieuwe installaties moeten worden geïnspecteerd volgens de NEN 1010. Een inspectie mag uitgevoerd worden door minimaal een vakbekwaam persoon, deze persoon heeft kennis van minimaal lbo energietechniek en heeft kennis van NEN 3140, NEN 1010 en eventueel aanvullende normen met betrekking tot het uitvoeren van de inspectie.

Hoe vaak inspecteren?

Bestaande elektrische installaties moeten volgens de NEN 3140 (2e druk) één keer per 5 jaar worden geinspecteerd. In de derde druk is van deze vaste termijn afgestapt. Het beantwoorden van de onderstaande vragen levert per factor een aantal punten op. Tel deze punten op en lees de frequentie af in de tabel.

De installatie wordt uitsluitend gebruikt door:
A1: Elektrotechnisch opgeleid personeel met tenminste een elektrotechnische vakopleiding in de energietechniek, of personen die op grond van hun opleiding en ervaring zelfstandig kunnen beoordelen of zij zelf, of anderen, veilig werken. wegingsfactor:1

A2: Niet specifiek elektrotechnisch opgeleid personeel waarbij tijdens de opleiding aandacht is besteed aan de gevaren die verbonden zijn aan het werken met elektriciteit. wegingsfactor:3

A3: Leken. wegingsfactor: 8

A4: Leerlingen, cursisten, studenten, practicanten. Indien deze leerlingen, etc, een elektrotechnische vakopleiding volgen kunnen ze, afhankelijk van de voortgang van de studie of opleiding gelijkgesteld worden aan A1 of A2. wegingsfactor: 10

De kwaliteit, gelet op de veiligheid van de installatie:
B1: Is aanzienlijk beter dan de minimale kwaliteit volgens de jongste elektrotechnische norm.
wegingsfactor: 1

B2: Voldoet aan de jongste elektrotechnische normen. weginsfactor 2

B3: Voldoet aan de normen die bij aanleg van toepassing waren en aanvullende veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht. wegingsfactor 4

B4: Voldoet aan de normen die bij aanleg van toepassing waren. wegingsfactor 7

B5: Levert het vermoeden of geeft feitelijk aan dat de installatie niet aan de normen voldoet, er zijn echter geen gevaarlijke situaties aanwezig. wegingsfactor 15

toelichting : gevaarlijke situaties moeten direct worden weg genomen of het gevaar moet op een andere manier worden afgewenteld.

Omgeving van de installatie:
C1: De omgeving waarin de installatie wordt gebruikt is schoon en droog, bevat geen explosieve of corrosieve gassen, levert geen brandgevaar ten gevolge van stof op en is vrij van transportmiddelen of zware materialen. wegingsfactor: 1

C2: De omgeving waarin de installatie wordt gebruikt: Is schoon en droog, bevat geen explosieve of corrosieve gassen, levert geen brandgevaar ten gevolge van stof op en is vrij van transportmiddelen of zware materialen. wegingsfactor 4

C3: De omgeving waarin de installatie wordt gebruikt: is NIET schoon en droog, bevat geen explosieve of corrosieve gassen. wegingsfactor 7

C4: De omgeving waarin de installatie wordt gebruikt: kenmerkt zich als een zware industriële omgeving waarin voortdurend gevaar aanwezig is waardoor de veiligheid wordt aangetast door: vocht, brandbaar materiaal, stof, corrosieve of explosieve gassen, dampen en of stof kenmerkt zich als een omgeving waar wordt gewerkt met transportmiddelen of zware materialen waardoor de installatie of het materiaal kan worden beschadigd. wegingsfactor 10

De mate van toezicht op de installatie:
D1: Er is regelmatig toezicht door de installatie verantwoordelijke. wegingsfactor 5
D2: Er is sporadisch toezicht door de installatieverantwoordelijke. wegingsfactor 15
De letselschade bij falen kan:
E1: Alleen de uitvoerenden treffen. wegingsfactor 5
E2: Ook anderen treffen. wegingsfactor 10
Bij het werken met de elektrische installatie is in de voorafgaande 10 jaren:
F1: Nimmer gebleken van enig gevaar ten gevolge van een defect. wegingsfactor 1
F2: Gebleken van een gevaar door een defect. wegingsfactor 2
F3: Een ongeval voorgekomen met als gevolg geringe verwondingen waarvoor medische behandeling nodig is. wegingsfactor 5
F4: Een ernstig ongeval voorgekomen. wegingsfactor 10
F5: Een dodelijk ongeval voorgekomen. Wegingsfactor 20

Tel de behaalde punten uit factoren A t/m F op en lees in de tabel de frequentie af.

Totaal aantal punten= Frequentie in jaren

-14 = 14 ( 1 keer per 14 jaar inspecteren )
-20 = 10 ( 1 keer per 10 jaar inspecteren )
-30 = 7 ( 1 keer per 7 jaar inspecteren )
-40 = 5 ( 1 keer per 5 jaar inspecteren )
-50 = 3.5 ( 1 keer per 3.5 jaar inspecteren )
-60 = 2.5 ( 1 keer per 2.5 jaar inspecteren )
-70 = 1.8 ( 1 keer per 1.8 jaar inspecteren )
-80 = 1.5 ( 1 keer per 1.5 jaar inspecteren )

Steekproefsgewijs inspecteren.

Bij bestaande elektrische installaties is het toegestaan steekproefsgewijs te inspecteren. De te inspecteren delen moeten dan wel van hetzelfde bouwjaar, type en moet de installatie onder dezelfde gebruiksomstandigheden worden gebruikt, etc. Dit is het geval bij bijvoorbeeld wandcontactdozen, lichtarmaturen, etc. Bij nieuwe elektrische installaties is een steekproefsgewijze manier van inspecteren uiteraard niet toegestaan.

Voor al uw controles en keuringen hebben wij vakbekwame service monteurs die uw installatie in een korte kunnen keuren en beoordelen op de kwaliteit.

Controle aardlekschakelaar

Volgens NEN 1010 mogen bij nieuwe installaties geen aardlekschakelaars van 500mA worden toegepast. In nieuwe installaties mogen uitsluitend aardlekschakelaars van maximaal 300mA worden gebruikt. Voor de bescherming van mensen dienen aardlekschakelaars van 30mA worden toegepast. Ook is het type AC niet meer toegestaan omdat deze alleen op sinusvormige lekstromen reageert. Doordat in vele gereedschappen halfgeleider componenten worden toegepast zijn de lekstromen niet meer sinusvormig waardoor AC aardlekschakelaars onvoldoende reageren.

Aardlekschakelaars MOETEN zijn voorzien van onderstaand symbool:

Bij het ontbreken van het bovenstaande symbool , a.u.b. dan gelieve zo snel mogelijk contact met ons op te nemen om uw elektrische installatie te controleren en waarnodig aan te passen.

Jaarlijkse controle

In uw installatiekast dienen 1 keer per jaar uw aardlekschakelaars gecontroleerd te worden.
Dit om er zeker van te zijn dat uw aardlekschakelaar werkt bij kortsluiting en u een eventuele brand of andere schade weet te voorkomen.

Thermografie

Hinfelaar elektrotechniek heeft ook de kennis in huis om een thermografisch onderzoek op uw elektra installatie uit te voeren. Tijdens dit onderzoek wordt er met een speciale camera foto’s gemaakt  van kritieke delen van de elektrische installatie. Hiermee wordt direct een indruk gegeven van eventueel slechte verbindingen, Deze zullen immer warmer of zelfs heet zijn.
Door deze wijze van inspecteren kunt u eveneens storingen opsporen.

De installaties welke tijdens bedrijf kunnen worden gecontroleerd zijn bijvoorbeeld:
Voedingen c.q. hoofdverdelingen en transformatoren.
Besturingspanelen
Elektronica, verbindingen in computerkasten, modems en back-up systemen.
Koelsystemen en conditie apparatuur.
NO-BREAK installaties die voorkomen dat computer systemen spanningsloos raken.
Processen en gebouwen.

Aarding

Een aardelektrode bestaat uit een massieve koperen draad met een kwadratuur van
25 mm² of 50 mm². Deze draad wordt door middel van een indrijfsysteem de grond ingebracht tot een bepaalde diepte met de juiste weerstandswaarde. Het toepassen van deze wijze wordt veelal toegepast in bestaande woningen.
Werkwijze
Het indrijven van de elektroden in de grond kan door middel van een elektrische slaghamer en/of een perslucht slaghamer geschieden.
De aardelektrode wordt iedere drie geslagen meters gemeten. Wanneer de juiste weer-standswaarde is bereikt, vindt er een referentie meting plaats. Deze meting geschiedt door middel van een jaarlijks gekalibreerd meetin-strument. Van de gemeten weerstandswaarden wordt een meetrapport gemaakt.

Fundatie aarding. Bij nieuwbouw projecten is het mogelijk om een goede tevens lage weerstandwaarde te realiseren door het aanbrengen van een ringleiding in de fundatie balk van het gebouw.
De ringleiding kan bestaan uit:

  • Een ringleiding van koperdraad.
  • Een ringleiding van doorgelast speciaal aangebracht staal.
  • Een ringleiding van doorgelast bouwkundig staal.

Op deze ringleiding kunnen bijvoorbeeld worden aangesloten.

  • De meterkast
  • De staalconstructie
  • De liftgeleiders.

Als aardvoorziening van de ringleiding kunnen betonnen heipalen of geslagen elektroden dienst doen. Fundatie aarding  geeft meestal een lage weerstandswaarde hetgeen prijstechnisch belangrijk kan zijn.

Van de gemeten weerstandswaarden wordt een meetrapport gemaakt.
Deze manier van aarden zorgt ervoor dat alle aardpunten een gelijk aardpotentiaal hebben en op elke plaats kan worden gerealiseerd. Dit kan een voordeel zijn wanneer er ook gebruik wordt gemaakt van bliksem- en of overspanningsbeveiliging.

Bliksembeveiliging

Wat is onweer? Onweer is een elektrische ontlading tussen een elektrisch geladen wolk en de aarde. Deze ontlading worden bliksemontladingen ( blikseminslagen) genoemd.  Deze bliksemontladingen kunnen materiele schade en brand veroorzaken aan een object. Om schade van deze blikseminslag te voorkomen past men bliksembeveiliging toe.

Men onderscheidt 2 soorten beveiliging methodes, externe en interne bliksembeveiliging. Externe bliksembeveiliging: Deze methode beschermt een object tegen directe blikseminslag. Directe blikseminslag is een bliksemontlading die zonder omwegen direct inslaat in een object en daardoor veel schade aanricht. Aan de buitenzijde van het te beveiligen object wordt een bliksemafleider installatie aangebracht, deze vormt dan een zogenaamde ‘kooi van Faraday’. De bliksemafleiderinstallatie zorgt ervoor dat de bliksemstroom van wel 30 tot 60kA wordt afgeleid naar aarde en de schade tot een minimum wordt beperkt. De werkzaamheden worden uitsluitend uitgevoerd volgens bepalingen die zijn vastgelegd in de Nederlandse norm NEN1014 voor bliksembeveiliging.

Interne bliksembeveiliging.

Deze methode beschermt een object tegen indirecte blikseminslag. Indirecte blikseminslag is een bliksemontlading waarbij een bliksemstroom via een geleider het object wordt binnengevoerd en daardoor veel schade aanricht. Met name bij audio en video apparatuur. Om deze bliksemstroom af te leiden en te begrenzen wordt er een overspanningbeveiliging toegepast. De overspanningbeveiliging zorgt ervoor dat de bliksemstroom wordt afgeleid naar de aarde en wordt begrensd. Apparatuur is te beschermen tegen overspanningen. Hinfelaar Elektrotechniek brengt partijen nader tot elkaar om diverse componenten in de elektrische installatie en overige leidingen te plaatsen. Wanneer er sprake is van het plaatsen van een overspanningafleider ( interne bliksembeveiliging ) en een uitwendige bliksembeveiliging is een potentiaalvereffening een vereiste. Deze potentiaalvereffening  zorgt ervoor dat alle metalen delen zoals de waterleiding, de gasleiding en de aardleiding met elkaar verbonden zijn. Er is dan geen potentiaal verschil meer. Wanneer er wel een potentiaalverschil aanwezig is, kan dit leiden tot een onjuiste werking van de installatie en gevaar opleveren.

Overige informatie bliksem.
Bliksem in een fenomeen dat vele mensen bezig houdt. immers is niet iedereen er even blij mee met bliksem. De een vind het prachtig, de ander is er doodsbenauwd voor.
Hier vind u enige informatie en antwoorden op uw vragen over bliksem.

trekt een bliksemafleider de bliksem aan ?
Nee, in principe niet. Het traject van de bliksem, vanaf de onderkant van de onweerswolk op weg naar de aarde, wordt pas in het laatste stuk van het verloop van het bliksemkanaal, op circa 20 meter boven het inslag punt beïnvloed door een bliksemafleiderinstallatie. Gezien de afstand die de ontlading daarvoor reeds heeft afgelegd, over het algemeen enkele duizenden meters,  is dit vrijwel te verwaarlozen afstand. De bliksem volgt zijn weg van de minste ( elektrische ) weerstand. De bliksemafleider wordt door de bliksem pas ‘gesignaleerd ‘als de bliksem deze bereikt heeft. Anders gezegd: pas als de bliksem op het punt staat het gebouw te treffen, wordt hij door de bliksemafleiderinstallatie letterlijk afgeleid. En dat is nu juist precies de bedoeling.

Wordt de kans op blikseminslag groter met een antenne op het dak?
Ja, want het aardspotentieel ( het mogelijke punt van de bliksem inslag ) wordt door de lengte van de antenne naar een hoger punt gebracht dan de oorspronkelijke hoogte van het dak.

Ben ik verplicht mijn huis met rieten dak te voorzien van een bliksemafleider?
Er bestaat geen wettelijke verplichting. Wel kunnen eisen worden gesteld door de gemeente, de brandweer of de verzekeringsmaatschappij. De kans op brand door blikseminslag bij een rieten dak is vele malen groter dan bij een harde dakbedekking. Hier verdient in ieder geval aanbeveling om een huis met rieten dak, gelet op de kans op brand door blikseminslag, van een uitwendige bliksemafleiderinstallatie te laten voorzien.

Onze klantenservice voor al uw vragen

Wij helpen u graag verder

Door de inrichting binnen onze organisatie, kunnen we direct en adequaat op elk probleem inspringen. Wij laten u zien en ervaren wat Hinfelaar Elektrotechniek B.V. voor u kan betekenen.

Telefonisch contact

Bel ons op: 088 366 88 33

Laat uw telefoonnummer achter en wij bellen u terug

Mail ons of maak gebruik van ons online formulier